Rode Poon (Trigla lucerna)
Poon komt bijna overal in de Noordzee voor op een diepte tussen 10 en 60 meter. Er zijn drie soorten ponen te onderscheiden: de grauwe poon, de rode poon en de Engelse poon. Zoals de namen al doen vermoeden, is de ene poon rood, de ander grauwbruin. De grauwe poon kan echter ook rood zijn. Het onderscheid is te voelen aan de zijlijn. Rode ponen hebben een gladde zijlijn. Bij Engelse en grauwe ponen is deze lijn duidelijk voelbaar.
|
Bij de Engelse poon
is de lijn meer gekarteld dan bij de grauwe poon. Een van de bijnamen van poon
is knorhaan, dit vanwege het geluid dat ze kunnen maken. Dit geluid dient om
belagers af te schrikken en als herkenning voor soortgenoten. Vooral in de
zomermaanden wordt de poon in Nederland aangevoerd, beste tijd is van juli tot
december. Ponen hebben vrijstaande borstvinstralen waarmee ze over de bodem
kunnen lopen en die tevens dienst doen als tastorgaan. Poon is in eerste
instantie een bodemdier, maar komt ook wel eens in de bovenste waterlagen voor.
|